Het verschijnsel sociale uitsluiting (niet meer meedoen met de maatschappij)

In wetenschappelijke taal heeft het proces van sociale uitsluiting vijf dimensies. Welke groepen worden het meest door sociale uitsluiting getroffen?

Wat valt er aan uitsluiting te doen

Het verschijnsel sociale uitsluiting (niet meer meedoen met de maatschappij)

Omdat de oorzaak van er niet bij horen behoorlijk kan verschillen omschrijft men uitsluiting het best als: er niet bij mogen horen, er niet bij kunnen horen en /of er niet (meer) bij willen horen.

Het er niet bij mogen horen slaat op groepen die op meer of minder subtiele wijze opzettelijk worden gediscrimineerd of er buiten worden gehouden (negers, zigeuners, joden, homoseksuelen, pedofielen).
Maar omdat de hedendaagse westerse samenleving een ideologie heeft opgebouwd van gelijke rechten en van democratische deelname van alle burgers, voelt men aan dat het niet helemaal juist is als men mensen aan de kant schuift. Het geeft zowel bij de uitsluiters als bij de uitgeslotenen, die dit ook haarfijn aanvoelen, ongemakkelijke gevoelens. Ze horen erbij, maar tegelijk horen ze er toch niet bij.

Dit geldt ook voor de mensen die 'er niet bij kunnen horen', bijvoorbeeld door handicaps (fysieke en mentale of een combinatie ervan), gebreken (chronische ziekten, verslaving), ongepast gedrag (crimineel gedrag) of onvermogen, zoals het onvermogen om een goede vaste baan te vinden of om een goede baan vast te houden. We bevinden ons dan bij werklozen, bijstandscliënten, ongeschoolde jongeren en jongeren met halfafgemaakte scholing zonder veel werkervaring, verslaafden, zwervers, ex-gedetineerden, ex-psychiatrische patiënten, criminele jongeren.
Hoewel vooral deze sociaal laaggewaardeerde groepen uitsluiting overkomt worden de laatste jaren in toenemende mate nieuwkomers met het proces van sociale uitsluiting geconfronteerd. Groepen die nu ook getroffen worden zijn werkende laagverdieners, éénoudergezinnen met lage opleidingen en grotere schuldenlast of medische kosten en zelfs twee verdieners met hoge schuldenlast waarvan één uitkeringsgerechtigde wordt.
Ze zijn er, maar ze zijn niet opgenomen. Het er niet bij kunnen horen geeft dezelfde dubbelzinnige gevoelens, maar de balans slaat nu vaak over naar het als schuldig aanwijzen van diegenen die met handicaps, gebreken, ongepast gedrag of onvermogen zijn beladen: eigen schuld, dikke buld.
Werklozen, gehandicapten (vooral bij medische handicaps) en gedetineerden krijgen dit vaak te horen.
Sociale uitsluiting als gevolg van een niet-eerlijke, dubbelzinnige houding van de gelukkigen ten opzichte van de pechvogels.

Is het een wonder dat veel uitgeslotenen zelf besluiten om er niet meer bij te willen horen? Zelfselectie en zelfuitsluiting is vaak een rechtstreeks gevolg van ervaringen van afkeuring en eerdere uitsluiting van de kant van ouders, schoolleiders, politiemensen en andere gezagsdragers. 'Niet kunnen' en 'niet willen' zijn dan heel moeilijk uit elkaar te houden.

top

In wetenschappelijke taal heeft het proces van sociale uitsluiting vijf dimensies:
een morele dimensie, de afkeurende houding van al hetgeen afwijkend is van het 'normaal' menselijk patroon;
Het morele oordeel van de 'normale' samenleving verbergt zich in wisselende gedaanten. Voorbeelden zijn de veelvuldig gemaakte opmerkingen over de economische lasten die jonggeboren gehandicapten, rokers, drank- en drugverslaafden voor de samenleving zullen opleveren. De opgelegde noodzaak van de sociale werkplaatsen om zakelijk en 'marktconform' te gaan werken. Het beroep op eigen verantwoordelijkheid voor chronisch zieken, langdurig werklozen en langdurig gehandicapten verbergt een niet uitgesproken morele veroordeling.

een economische dimensie, het geringe rendement;
De economische lasten die uitgeslotenen met zich meebrengen voeden vaak de morele afkeuring. Sommige mensen worden puur en alleen buitengesloten omdat ze weinig presteren of met hun activiteiten weinig rendement opleveren.
Het harde economische oordeel over een te laag economisch rendement kan echter worden versluierd achter morele oordelen over de betrokkenen (lui, ongedisciplineerd) of achter feitelijke kenmerken zoals lage scholingsgraad, drankzuchtig.

een psychologische dimensie, de geringe sociale weerbaarheid;
Op individueel niveau manifesteert weerbaarheid zich in de vorm van zelfrespect, dat intact blijft ondanks hevige brandmerking, op collectief niveau in het opkomen voor gezamenlijke belangen en in zelforganisatie.
Bij veel groepen uitgeslotenen is de weerbaarheid gering, hetgeen veroorzaakt wordt door vaak optredende schaamte: men schaamt zich voor de handicap, voor het niet hebben van werk, het niet hebben van een woning, het hebben van veel schulden. Men schaamt zich voor het alleen zijn, voor de eigen verslaving. En het merkwaardigste van deze schaamte is dat men zich ook gaat schamen om die schaamte. Dan wordt er niet meer openlijk over gesproken. In de verborgen schaamte ligt de sleutel voor het er niet meer bij willen horen, zelfs als door anderen hulp wordt geboden. Omdat ze zich niet kunnen voorstellen wat het betekent zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn, met alle fouten en gebreken erbij.
Men plakt het negatieve oordeel van de samenleving op zichzelf en creëert zo een vicieuze cirkel van zelfuitsluiting.
Terugtrekgedrag is zodoende een veel voorkomend verschijnsel onder uitgesloten groepen, die er dan ook niet collectief in zullen slagen om hun situatie te verbeteren

een juridische dimensie,een zwakke rechtspositie;
Sociale uitsluiting is in België nooit absoluut. Met uitzondering van gedetineerden en illegalen behouden alle burgers, ook de meest uitgeslotenen, hun politieke en sociale rechten. Maar met het effectief gebruik en de realisering van deze politieke rechten is het anders gesteld. De feitelijke rechtspositie is een resultante van de andere dimensies van uitsluiting.Het probleem zit vooral in de toegang tot het recht en het vinden van de juiste weg naar het realiseren van hun rechten (bijvoorbeeld een uitkering of een subsidie). Pogingen om via versterking van de individuele rechtspositie de sociale uitsluiting te verminderen zullen meestal stranden, tenzij een krachtige ondersteuning van advocaten en andere rechtshulpverleners aanwezig is.

een ruimtelijke dimensie,de geografische afzondering.
De fysieke scheiding in de grote steden voltrekt zich vooral in de binnenwijken en aan de rand. Wat begint als plaats voor afwijkende en wijkelingen kan door economische bedrijvigheid uitgroeien tot een respectabele buurt, totdat de meer succesvolle buurtgenoten omwille van hun succes weer naar elders verhuizen. Problemen blijven, maar groepen gaan. De concentratie van problemen in achterstandswijken heeft uiteraard ook economische oorzaken, die zich echter steeds vermengen met de sociaal-geografische. De problemen verdwijnen niet met het stijgen van de huren of door de last over te laten aan de buren.
De ruimtelijke dimensie is echter cruciaal bij het uitsluitingsproces van grote groepen islamitische immigranten. Hoewel verschillende sociale processen in een bepaalde buurt bij elkaar komen en het hoogtepunt bereiken in een voor ieder zichtbare ruimtelijke scheiding, liggen de oorzakelijke relaties tussen afzondering en uitsluiting toch veel ingewikkelder.
In de sociale uitsluiting is de ruimtelijke dimensie eerder volgend dan veroorzakend. Maar ze kan wel een oplossing bieden. Want een slim geordende en gemengde stad voorkomt in ieder geval grootschalige uitsluiting
De ruimtelijke dimensie van sociale uitsluiting is één aspect, maar juist het samenspel met andere sociale en morele verschijselen bepaalt de uitkomst.

Sociale uitsluiting is een complex samenspel van verschillende dimensies.
Als de morele waardcering gering is, de fysieke scheiding in de grote steden bijna volledig, de economische prestaties gering zijn en de sociale redzaamheid nagenoeg afwezig is, dan zal sociale uitsluiting zich hardnekkig en langdurig vestigen
Sociale uitsluiting is meestal een cumulatie van niet meer mogen, niet meer kunnen en niet meer willen meedoen. Het grote probleem in de verzorgingsstaat is om deze drie oorzakelijke vormen van niet meer meedoen met de maatschappij uit elkaar te houden, op een juiste manier van elkaar te onderscheiden om vervolgens adequaat te handelen: hoe kan men de echte rampgevallen onderscheiden van de nét-echte en van de niet-echte?

Voor velen niet uitgeslotenen is op een gegeven moment het zo vanzelfsprekend geworden om op basis van sociaal wenselijk gedrag belangrijke besluiten te nemen, dat zij niet meer het vermogen hebben om te voelen en te doen wat ze zelf eigenlijk willen.

top

Wat valt er aan uitsluiting te doen

De morele afkeuring van de kant van de samenleving, is de lastigste factor in de uitsluiting.
Die zou moeten worden verminderd met openlijke bespreking van anderszijn en van afwijkende gedragingen in combinatie met een zakelijke aanpak van te maken stappen voor verbeterde deelname in het maatschappelijk leven.

Het verhogen van het economisch rendement, is het moeilijkste.
Mensen met halfafgemaakte scholing en zonder veel werkervaring zijn zo niet erg aantrekkelijk. Aanlooptrajecten, inloopuren, inhaalmanoeuvres, scholing op de werkvloer zijn geschikte middelen.

Het verhogen is zeer belangrijk, Hier valt veel te doen. Het persoonlijk bijbrengen van zelfrespect en zelfvertrouwen. Hulpverleners kunnen hier nog beter de daad bij het woord voegen voor wat het onbevooroordeeld werken, het geven van authentieke menselijke aandacht en actieve openheid betonen betreft. En omgekeerd blijven cliënten zich schamen voor hun hulpbehoevendheid. Het bespreekbaar maken in groepen en in therapieën van juist die schaamte is de beste manier om uit de vicieuze cirkel te geraken.

De rechtspositie is de dankbaarste dimensie. Hier is professionele hulp zeer geschikt. Zorgen dat mensen daadwerkelijk hun rechten realiseren, versterkt een positieve spiraal die mensen uit hun geïsoleerde positie kan halen.

De ruimtelijke dimensie is de belangrijkste en de doorslaggevende. Deze dimensie vergt echter een heel lange adem, juist omdat de ruimtelijke ordening verbonden is met langetermijnprocessen en beslissingen, met stedebouw en gemeenschapszin, met de moeilijke menging van goedkope en dure woningen op schaarse plekken. De sociaal-ruimtelijke structuren van uitsluiting zijn wel hard, maar toch niet zo hard dat ze niet met mensenhanden en met architectenharten kunnen worden veranderd.

top

bron: Steunberen van de samenleving: sociologische essays door Kees Schuyt en C.j.m. Schuyt.