Compassioneel ontfermend en Feitencratisch, bezig zijn

Compassioneel ontfermend bezig zijn

Het feitencratisch werken bij BiJeVa vzw lees meer

Anders bezig om van betekenis te zijn of het verschil te maken


Maar ook om met haar aanvullende benadering te zorgen dat wat betrokken professionals in het sociaal domein doen, er langer toe doet!


De bezielster van BiJeVa vzw, Anny De Windt, doet harder haar best voor kinderen en hun ouders.
Anny begint met luisteren om rekening te houden met de verwachtingen van de verschillende ouders en kinderen en maakt daarna dingen mogelijk geholpen door een team van 35 vrijwilligers. En dat is exact haar kracht: ze is er, altijd en onvoorwaardelijk. Ze komt niet naar hen toe met een aanbod en strakke regels, maar ziet ouder(s) en kinderen met dromen, niet alleen met problemen. Zo geniet zij het vertrouwen van die mensen.
Ouders en kinderen helpt Anny op een manier waarin een gelijkwaardige respectvolle bejegening en compassionele ontferming centraal staan, gericht op het verminderen van stress en geen onnodige bemoeienis hebben met het gezin
Soms vraagt ze zich af wat ze precies heeft gedaan om iets mogelijk te maken. En dat is exact haar kracht: ze was er, altijd en onvoorwaardelijk.
Dé ouder bestaat niet, het kind ook niet. Het zijn individuele mensen. Mensen met een gezicht. Mensen van vlees en bloed. Mensen doen ook nog wel eens domme dingen. Het is niet zo als je er veel tijd en energie instopt, er ook evenveel inzet uitkomt. Soms komt er helemaal niets uit. Maar die onvoorspelbaarheid betekent voor Anny niet dat zij 'zo maar wat doet'. Ze heeft uit goed luisteren naar en haar jaren effectieve interventies voor de gezinnen, heel wat kennis opgedaan.

Dat luisteren gebeurt aan hun keukentafel, want de mens en het menselijke staat pas centraal als je vertrekt van de arme. Daar leert zij hun taal en komt tot het besef dat in armoede leven chaos is. Een wereld waar verwarring, stress, onvoorspelbaarheid en uitsluiting heerst.
Een aanzienlijk kenmerk van armoede is aanhoudend moeite hebben om rond te komen . Dit kan allerlei oorzaken hebben. Denk aan levensgebeurtenissen als een faillissement, scheiding waardoor men moet leren omgaan met minder geld. Maar ook persoonlijke factoren zoals een chronische ziekte of een licht verstandelijke beperking, stijgende kosten voor levensonderhoud, werk dat te weinig betaalt om van te kunnen leven of een te groot bestedingspatroon (men geeft meer uit dan er aan geld binnen komt) kunnen oorzaken zijn. Gevolgen zijn stress, een slechtere gezondheid en ook komen er vaker opvoedingsproblemen voor. Daarnaast hebben mensen in armoede een negatief zelfbeeld (wordt gecompenseerd door dingen te kopen), leven in sociaal isolement en hebben meer kans op problematische schulden (schulden die zonder hulp niet binnen drie jaar zijn op te lossen).

Wel willen, niet kunnen
Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir geven in hun boek 'Why Having Too Little Means So Much' inzicht in de vraag in hoeverre armoede gedrag beïnvloedt; komen tot een aantal verrassende conclusies en werpen een nieuw licht op de vraag hoe we zouden kunnen omspringen met minder hebben dan je voor je gevoel nodig hebt (schaarste). Hun onderzoek laat zien waarom het moeilijk is om uit een armoede situatie te ontsnappen. De stress die met armoede gepaard gaat verandert armen hun denken omdat het hun aandacht opeist. De ervaring van armoede leidt ertoe dat hersenen minder goed hun werk doen. En omdat dit van invloed is op alle aspecten van hun gedrag heeft armoede bepaalde gevolgen. De moeite om vast te houden aan een voornemen, het onvermogen om weerstand te bieden aan een nieuwe bloes, de vergeetachtigheid (het betalen van een rekening, innemen medicijnen) en de beoordelingsfouten (het verkeerd geschatte banksaldo, het te gretig ingaan op reclame) komen allemaal voort uit dat feit dat hersenen minder goed hun werk doen. Dus onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsiviteit en fouten maken zijn het gevolg van de stress die met armoede gepaard gaat. Dit onderzoek heeft geleid tot een omslag in het denken over armoede: mensen willen in principe wel, maar kunnen niet.

Wat werkt er nu bij het verzachten van armoede?
«Met mijn brede waaier aan levenservaring weet ik zelf heel goed of iemand meer tijd nodig heeft of een schop onder haar of zijn gat. Goed luisteren, een niet-veroordelende houding, open vragen stellen, méér doen dan alleen samen te vatten van wat gezegd wordt maar iets terug zeggen dat het gesprek vooruit helpt, rust creëren, informatie geven over de impact van stress op zijn of haar gedrag waarmee je het normaliseert, erkenning voor en inzicht in omgaan met geld geven en ze daarbij zelf prioriteiten laten stellen, haalbare dingen vragen die men zelfstandig kan uitvoeren met achterhalen wat iemand daarbij nodig heeft en dat mogelijk maken. Het benutten van mijn invloed samen met compassionele ontferming en koppigheid zijn mijn handvatten die zorgen dat BiJeva vzw van betekenis is of het verschil maakt.»

Met compassionele ontferming wordt geen medelijden (de emotionele betrokkenheid op de actuele emoties van ouders en/of kind) en geen empathie (zich in leven in de ellende of iets ongunstigs bij de ander) bedoeld. Maar verwijst naar een betrokkenheid op ouder(s) en/of kind die gericht is op onvoorwaardelijk dingen mogelijk maken of in elk geval hun armoede te verlichten. Iemand die zich compassioneel ontfermd over iemand die in een armoedesituatie zit is niet actueel arm, maar ‘potentieel arm’. Hij beseft wat het betekend om in armoede te leven of op te groeien; hij kan het zich voorstellen. Compassionele ontferming verwijst behalve naar betrokkenheid ook naar een houding(geduldig luisteren, aandacht, de taal van hun leefwereld leren, je eigen menszijn tonen, emotionele openhartigheid, laten zien dat het anders kan, van echt doen…).

Het verschil tussen systeemwereld en de zich anders gedragende realiteit
Ik constateer dikwijls dat die compassionele ontferming en onvoorspelbaarheid voor de systeemwereld van de professionals in het sociaal domein, zeer moeilijk is. Waarom slagen ze in het sociaal domein er – ofschoon alle goede bedoelingen van professionals, alle regels en wetten die op papier zeer sociaal lijken – dikwijls niet in om mensen echt te helpen?
Eén van de problemen is dat hun cliënt te abstract is geworden. Zij hebben het over doelgroepen. Ik zie een alleenstaande moeder met kinderen die honger hebben. Maar het systeem ziet het anders. Het systeem ziet alleen een groep die arm is. Bij zo’n abstract mensbeeld hoort ook achterdocht en wantrouwen wat een gedrag met zich brengt dat ontmenselijking voort brengt. Ze gaan er dan ook direct vanuit dat mensen altijd op het eigen profijt uit zijn. In de praktijk is dat meestal niet het geval. Waar wel meewerken of verder zonder BiJeVa!
Een ander obstakel is dat veranderingen in het sociaal domein complex zijn. Ze zijn daar vooral goed in praten en rapporteren. Heel veel praten in allerlei woorden die alleen binnen hun vakgebied gebruikt worden. Zo is iedereen uiteraard vóór vraaggestuurd werken, voor maatwerk natuurlijk ook. Maar als men het echt wil doen. Dan duiken vraagstukken over wat normaal en gewenst is op.'De vraag past niet, dit kan zomaar niet.'
Een reflex bij professionals is ook de angst voor precedentwerking. ‘Dat heb ik vastgesteld. Er werd dan door mij een allerdroevigst geval aangedragen, een gezin met vijf kinderen die andere huisvesting nodig had. Volgens de betrokken ambtenaar kon dat absoluut niet. “Er zijn nog zoveel soortgelijke schrijnende gevallen”, kreeg ik dan te horen. Ik had dan veel goesting om te zeggen die wil ik wel eens zien, misschien hadden we met BiJeVa ook voor hen wel iets kunnen doen. Maar die gevallen bleven verscholen achter de wet op de privacy’.

Toch ben ik door deze obstakels en reflexen niet pessimistisch geworden. Veel professionals kleuren buiten de lijntjes om het goede te doen. ‘Maar zij zijn daarna wel een paar uur bezig om in het systeem werk te verantwoorden wat ze eigenlijk niet hebben gedaan. De werkelijkheid ziet er dus heel anders uit dan wat uit de cijfers te lezen valt.’

Het verschil tussen systeemwereld en de zich anders gedragende realiteit is nog steeds groot. Van de manier waarop de leiding en dienstverlening in de systeemwereld zich gedraagt - hun uitspraken en hun handelingen - en van de manier waarop cliënten de geschreven regels die zij uitvaardigen of handhaven interpreteren, komen verborgen regels. Het belang van de verborgen regels is niet de erkenning van hun bestaan en evenmin het benoemen ervan. Hun belang is er rekening mee houden omdat ze wezenlijk inzicht verschaffen in hoe men deze mensen kan bereiken en hoe men dingen van hen gedaan kan krijgen.

Wij doen een warme oproep aan de betrokken professionals in het sociaal domein breed te kijken en het aanvullend informeel bezig zijn van onze bezielster te (h)erkennen en te benutten. Het effectief toelaten van informele sociale steunrelaties in de directe omgeving heeft een duurzaam effect, het beschadigen ervan ook. Deze benadering kan een verschuiving betekenen naar jeugdhulp die voor kinderen, jongeren, ouders én samenleving als een plus wordt ervaren.

  • 1Wie?
  • 2Wat?
  • 3Reden?
  • 4Waar?
  • 5Hoe?
  • 6Arm?
Page 1 of 6

AANKONDIGINGEN

  • Ambassadrice BiJeVa:
  • Slongs Dievanongs
  •  
  • Koning kwam op bezoek
    13 Juli 2016
  •  
  • Voor Pro Hulpverleners
  •  
  • Interview: Anny De Windt bezielster ‘BiJeVa’
  • Donatie - Bank: IBAN BE55 0015 0850 9644
  • Sponsoring