5 jaar later? een artikelenreeks over kansarmoede

'Artikelenreeks over kansarmoede' waarin journalist Kurt Wertelaers, tijdens de BiJeVa-zomervakantie 2022, persoonlijke gesprekken voert met kinderen die opgroeien in kansarmoede en vrijwillig(st)ers uit het BiJeVaTeam die hen bij-staan. Een belangrijke rol spelen de gesprekken die de kinderen vijf jaar eerder, tijdens hun deelname aan de BiJeVa-zomervakantie 2017, met Kurt hebben gehad. Sinds de eerste artikelenreeks is er een hoop gebeurd in hun leven en in de Vlaamse samenleving.
Hoe zou het nog zijn met de kinderen die in 2017 een babbel hadden met de journalist die net zoals in 2017 een gans vakantieweekje bij hen verbleef.

OP VAKANTIE MET DE KANSARME KINDEREN VAN BIJEVA
DEEL 1: Flynn, het jongetje met een hoorapparaat zonder batterij


Als de eerste avond valt in het zomerkamp voor kansarme kinderen van BiJeVa, is de twaalfjarige Flynn opvallend stil. Hij reageert niet als andere kinderen vragen om te spelen en dat vinden ze dan maar stom. “Flynn, waarom zeg je niets meer?”, probeert begeleidster Virgini zachtjes tot hem door te dringen. Er rolt een traan over de wang van de jongen. Ineens valt het oog van Virgini op het hoorapparaat van de kleine Flynn. De batterijtjes zijn op. En bij Flynn thuis was er geen geld voor nieuwe toen ze hem maandagochtend aan de kampplaats dropten voor een week. Kansarmoede, het snijdt door merg en been.

Het zomerkamp van BiJeVa, een organisatie die kansarmoede verzacht, is al vele jaren een houvast voor een kleine honderd kinderen uit de ruime regio rond Geraardsbergen en Zottegem. Een veilige haven voor kansarme kinderen die rondom u en mij opgroeien in thuissituaties die wij ons niet eens kunnen inbeelden. Kinderen die met honger gaan slapen omdat thuis het geld op is? U vindt ze hier. Kinderen van twaalf die ’s morgens alleen opstaan en hun jongere broertjes en zusjes klaarmaken voor school omdat mama nog niet terug is van cafébezoek? Ze lopen hier rond. Kinderen van tien jaar waarvoor de laatste nachtzoen of warme knuffel alweer geleden is van het vorige zomerkamp? Check. Dit is Vlaanderen op zijn rauwst.

Vijf jaar geleden was ik een hele week bevoorrechte getuige van het BiJeVa-zomerkamp. Ik kende bezielster Anny De Windt en haar echtgenoot Toon al wel eventjes en wilde eens iets doen voor hen. Zakdoek leggen of tikkertje spelen is mijn ding zo niet. En in de keuken zou ik allicht meer fout dan goed doen. Maar bijspringen waar nodig, eens een bed opmaken, een vuile snoet proper vegen of traantjes opvangen, dat kan ik wel. De verhalen van de kinderen maakten impact op me. Ik schreef er een artikelenreeks over.

Hoe zou het nog met de kinderen zijn? Hoe zou het Tim en Leander vergaan zijn, de jongetjes die leefden in de truckerscabine van hun vader, een internationaal chauffeur? Wat zou er van de veertienjarige Simon geworden zijn, wiens papa én mama dat jaar waren gestorven. Simon vertelde toen hoe hij sindsdien met zijn twee oudere tienerbroertjes alleen thuis leefde. Het noodlot had van Simon veel te snel een volwassene gemaakt, maar dààr -op dat BiJeVa-zomerkamp in 2017- kon hij nog eens heel even kind zijn. En hoe zou het nog zijn met het kind met de sneeuwlaarsjes? De foto van de zesjarige in sneeuwlaarzen op een bloedheet zomerkamp had een deel van Vlaanderen beroerd. Hoe vergaat het hem vandaag?

“Kom maar langs!”, zei Anny aan telefoon. “Als het kamp start en de poorten van jeugdherberg ’t Schipken openzwaaien en de kinderen naar binnen komen, ga je veel gezichten herkennen. Helaas…”

BLIJ

Anny had gelijk. Die maandagochtend, eerste kampdag, was er een van blij weerzien. Nou ja, blij… Hoor je blij te zijn als het kind dat vijf jaar geleden -bij gebrek aan schoenen- in sneeuwlaarzen van de autobus stapte, in 2022 opnieuw door de poorten van de jeugdherberg wandelt? Het eerste waar ik naar kijk zijn de schoenen. Die laarsjes zijn vanzelfsprekend verdwenen en vandaag draagt de -inmiddels elfjarige- jongen leuke Puma’s. ‘Ik kan hier goed mee rennen”, zegt hij. “Hardlopen is mijn hobby! Ik denk wel dat ik al twee kilometer kan lopen zonder stoppen!”
De schoenen zijn wel een heel klein beetje stuk, maar ik sus me met de gedachte dat ook kansrijke ravottende en rennende kinderen hun schoenen niet heel kunnen houden. Het enige verschil is dat er daar dan doorgaans meteen geld is voor een nieuw paar. “Wat ben ik blij dat ik je terugzie”, zeg ik tegen hem. Maar is dat eigenlijk echt wel zo? Want dat we mekaar hier zien is een teken dat hij nog steeds leeft in een kansarme omgeving. Eentje waar geen geld is voor voeding, kleding, hobby’s van kinderen of schoolmateriaal. Laat staan dat er geld is voor vakanties of andere extra’s. Het is een teken dat op vijf jaar tijd niet veel veranderd is voor hem. Maar hij heeft er zin in, zegt hij. Hij kijkt uit naar een week spelen met vriendjes. Hij zal de snelste loper zijn van heel het kamp! Dat weet hij nu al.

Langzaam druppelt het binnenpleintje van de jeugdherberg vol kinderen tussen zes en veertien jaar. De meeste kinderen komen met een grote autobus die hen is gaan oppikken op verzamelpunten in Aalst, Zottegem, Herzele of Ninove. Kinderen die dichterbij wonen, worden gebracht door ouders, een voogd of een vriend. Ineens rinkelt de telefoon op het secretariaat van de jeugdherberg. Er hangt een onthaalmedewerker van een nabijgelegen zwembadcomplex aan de lijn. Vòòr hem staan twee kleine kinderen, broers van een jaar of tien, met een rugzak en wat reservekledij. Ze zijn afgezet -nou ja, gedumpt- op de parking van het zwembad door een familievriend die wat halve richtlijnen had meegekregen en vermoedde dat het BiJeVa-kamp daar wel ergens was. Hij liet de kinderen moederziel alleen achter. De broertjes trokken dan maar naar het onthaal van het zwembad. Gelukkig had die onthaalmedewerker recent in de krant gelezen van het kamp voor kansarme kinderen en werd de link gelegd. “Dit geloof je niet als je het niet meemaakt”, zegt begeleider Sven terwijl de kinderen worden opgepikt door toesnellende leiders. “Maar het is verdorie de harde realiteit.”

Als uiteindelijk alle kinderen verzameld zijn op de binnenplaats van de jeugdherberg, springt leidster Isabelle naar oude gewoonte bovenop een houten tafel. “We zijn suuuuuuperblij dat jullie hier weer allemaal zijn!”, zegt ze. En ze spreekt meteen wat regels af. De allerbelangrijkste is elke keer dezelfde: “Hier wordt niét gepest!”

Er staan mooie dingen op het BiJeVa-programma, die eerste vakantiedagen. Het kamplied, eentje van de Minions, verraadt eigenlijk al een beetje dat er straks -dankzij sponsors- naar de cinema gegaan kan worden om te kijken naar ‘The Rise of Gru’…. Voor erg veel kinderen is het de allereerste keer in hun leventje dat ze plaatsnemen in de zetels van een cinemazaal. “Nog nooit was ik in zo’n grote zaal”, glundert de kleine Keano terwijl de verwondering in zijn ogen zichtbaar is. Hij ként natuurlijk dat liedje van de Minions en had ook al wel over de film horen vertellen door wat -rijkere- vriendjes. Voor Keano kan nu de vakantie nu al niet meer stuk. Straks, als de school terug start, kan ook hij vertellen dat hij de film heeft gezien. Achter in de cinemazaal staat Toon, echtgenoot van Anny en stille drijvende kracht achter het hele BiJeVa-gebeuren. “De meeste van deze kinderen duiken weg, die eerste schooldagen, als de meesters en de juffen in een volle klas vragen hoe de zomervakantie was. Dan vertellen de kansrijke kinderen over de mooie reizen naar Frankrijk, Spanje of andere verre vakantiebestemmingen. Ze vertellen over pretparken die ze bezochten, de films die ze zagen. Dat is elk jaar opnieuw een van de pijnlijkste momenten om het schooljaar te starten. Als kind uitgelachen worden door je klasgenootjes of soms zelfs je meester of juf, dat kerft in je ziel. Voor altijd.

TIM

Nadat Toon op de eerste kampavond het hoorapparaat van Flynn openprutst om te kijken welk soort batterijen daar nou in moeten, slaakt hij een zucht van opluchting. “Dat gaan we morgenochtend bij het openen van de winkels meteen kunnen oplossen”, zegt. En tegelijkertijd is hij een beetje (veel) teleurgesteld in de mama van de jongen. “Het geld voor die batterijen zal zoals gewoonlijk wel ergens anders naartoe gegaan zijn. Ze weet perfect dat wij dan wel voor nieuwe zullen zorgen. En dat wij ze zullen betalen. Het kan voor Flynn helaas vanavond niet meer, dus het zal met gebarentaal zijn tot morgenvroeg.”
Leider Tim wordt erbij geroepen. Hij krijgt de lege batterij mee, samen met de opdracht om bij het ochtendgloren al op zoek te gaan. Als ik Tim bekijk, herken ik hem meteen. Tim is de helft van twee broertjes waar ik vijf jaar geleden over schreef.

Tim en zijn broer Leander waren nog maar kleuters toen ze met hun papa de ouderlijke woonst moesten verlaten. Een jaar sliepen ze in zijn vrachtwagen, daarna in een bouwvallig huurhuis. “Wij hadden een bed, papa sliep op karton. Verwarming was er niet. Als we op winteravonden het water op de keukentafel lieten staan, was het ’s ochtends bevroren. Zo koud was het in huis.” Dat was vijf jaar geleden het verhaal van de broers.

Vandaag is Tim een grote, volwassen en verantwoordelijke jongeman van negentien. “Eigenlijk is het al bij al wel goedgekomen met mij”, zegt hij. “Ik heb mijn lagere school kunnen afwerken en studeer nu verder. Automotive Management. Ik zou graag later een eigen bedrijf opstarten met mijn beste vriend. Een autogarage! Hij zou dan aan auto’s kunnen sleutelen en reparaties kunnen doen en ik zou de verkoop voor mijn rekening nemen.”

Het was overigens een garagist uit het dorp die het gezin jaren geleden een klein beetje uit de armoede trok. De lagere school van Tim en zijn broer Leander lag toen nog kilometers ver en geld voor een fiets of een busabonnement had hun papa niet. Een auto al helemaal niet. Een garagist uit het dorp had de kinderen al wel vaker van en naar school zien wandelen en klopte plots op de deur van het huurhuis van Tims vader. Hij bood een oude, tweedehands maar mooi opgeknapte auto aan voor 50 euro. Dat kon de vader van Tim net betalen. Na de lagere schooltijd stond diezelfde garagist terug aan de deur met het voorstel om die oude en versleten auto terug te kopen. Voor 500 euro!

Tim is die garagist met zijn gouden hart nooit vergeten. Hij heeft diepe indruk achtergelaten op de tiener. Dat vertelde hij mezelf ooit.

En een eigen garage, het is dan misschien nog een droom, maar hij ligt wel binnen bereik. Tim heeft een onwaarschijnlijk trieste rugzak die hij meesleurt, maar hij is er wel in geslaagd om iets te maken van zijn leven. Dankzij zijn papa. En ook dankzij BiJeVa die de familie altijd is blijven steunen. Dat maakt dat Tim vandaag ook als leider meegaat met het kamp voor kansarme kinderen. “Ik wil er zijn voor die kleine kinderen zoals er al die jaren leiding was voor mij.”

Tim doet het goed. Maar als ik vraag hoe het met zijn jongere broer Leander gaat, dan raak ik een teer punt bij de stoere jongeman. “Wat foute vrienden ontmoet en gekozen voor een leven vol drugs”, vat hij het voorzichtig samen. “Een Ttjetjeense drugbaron heeft intussen een prijs op het hoofd van de tiener gezet. Papa en ik hebben geprobeerd om hem te behoeden, maar het is ons niet gelukt”, zegt Tim.

Het verhaal van Tim en Leander grijpt me aan. “Je geschiedenis bepaalt je lot niet”, zei iemand me onlangs. De broers zijn daarvan het levende bewijs. Hoe kunnen twee kinderen uit eenzelfde nest zo verschillen? Tim gaat het halen, straks. En zijn broer is een vogel voor de kat.

Als de avond valt gaan de kinderen zich douchen. Voor sommigen is dat lang geleden. Lichaamsverzorging is in een kansarme omgeving vaak geen prioriteit. Iedereen wordt nog vlug even gecontroleerd op luizen en een paar kinderen krijgen wat extra verzorging om die beestjes tegen morgenochtend weg te hebben. Dan is het slaaptijd. Ik zie hoe enkele leiders in een zelfverzonnen gebarentaal Flynn proberen duidelijk te maken dat hij morgen weer horen zal. Ik denk dat het gelukt is, want hij lacht, steekt zijn duim omhoog en geeft de leiding nog een dikke knuffel.

Maak gebruik van onze crowddonation shop en bestendig het verschil dat u maakt voor zij die geholpen worden.

Tekst en foto’s : Kurt Wertelaers (op vraag zijn enkele voornamen veranderd)

Ontdek Deel 1 - 2017: TOPVAKANTIE "Propere lakens en warm eten"

  • 1Deel 1 - 22
  • 2Deel 2 - 22
  • 3Deel 3 - 22
  • 4Deel 4 - 22


  • 5Deel 1 - 17
  • 6Deel 2 - 17
  • 7Deel 3 - 17
  • 8Deel 4 - 17
Page 1 of 8

AANKONDIGINGEN

  • Ambassadrice BiJeVa:
  • Slongs Dievanongs
  •  
  • Koning kwam op bezoek
    13 Juli 2016
  •  
  • Voor Pro Hulpverleners
  •  
  • Interview: Anny De Windt bezielster ‘BiJeVa’
  • Donatie - Bank: IBAN BE55 0015 0850 9644
  • Sponsoring